In gesprek met de Juiste Maat intervisiegroep van MArga Menkehorst, Hans Hartjes, Anneke van Ekeren en Trees Ex.
Intervisiegroep sinds 2005.
Hoe gaan jullie met elkaar om? Omdat we al zes jaar een intervisiegroep vormen, kennen we elkaar inmiddels heel goed. Er is een groot onderling vertrouwen en we zijn sterk met elkaar verbonden. Ook het verantwoordelijkheidsgevoel is groot; niemand heeft ooit afgezegd. We komen eens in de twee maanden vier uur bij elkaar. Ieder heeft een uur, waarin hij een vraagstuk voorlegt aan de anderen. Bijvoorbeeld: Ik moet nu mensen ontslaan. Hoe maak ik de juiste afweging tussen geen verlies maken en aspecten als menselijkheid, kwaliteit behouden en hoop op aanvullend werk?
De jaren bij de Juiste Maat zijn nog steeds de inspiratiebron voor de manier waarop we met elkaar omgaan: open en respectvol, ieder mag zijn hoe hij is. Marga: ‘Soms voel je dat iets niet klopt van wat de ander zegt. We hebben steeds meer geleerd om dat gevoel, die intuïtie, te volgen ook al weet je rationeel nog niet wat er aan de hand is. In het doorvragen komen dan de wezenlijke dingen boven tafel. Hans: ‘Heel belangrijk is ook dat we hebben geleerd niet te oordelen. Wat niet betekent dat we elkaar niet aanspreken. Dat doen we wel, en soms stevig zelfs. Als een van ons steeds weer in conflict komt met zijn leidinggevende en het een patroon lijkt te zijn, krijgt hij dat ook te horen. Je kent elkaars patronen -bijvoorbeeld de neiging om in de slachtofferrol te gaan zitten - en daar spreken we elkaar op aan. Het is overigens wel iets waar we op moeten blijven letten, dat we niet te aardig worden voor elkaar, te veel in de ‘ons kent ons’ sfeer.
Trees: ‘We zijn alle vier heel verschillende persoonlijkheden met uiteenlopende achtergronden: onderwijs, milieu en gezondheidszorg. We zijn toch met elkaar in zee gegaan, en het blijkt juist heel verrijkend, die verschillen.‘ Hans: ‘Ik kan soms vastzitten in een conflict met iemand op het werk. De anderen kijken er op een heel andere manier naar, en daardoor krijg ik alternatieve mogelijkheden om met dit conflict om te gaan. Zo werd het mij een keer duidelijk dat een medewerkster in de rol zat van ‘dochter’, dat was verhelderend en ik kon de situatie met haar moeiteloos oplossen, terwijl ik daarvoor vastzat.’ Anneke: We zijn een verbondenheid aangegaan waarin er ruimte is om dit soort dingen te zeggen zonder dat de relatie op het spel staat. Er is de grondtoon van vertrouwen en die is onvoorwaardelijk.’ Trees: ‘Ja, het vertrouwen dat de ander werkelijk betrokken is bij mij. Ik kan van jullie dingen horen die ik van anderen niet wil of kan horen.‘